naar navigatie

Sneller zeilen door eenvoudige zeiltrim deel II

7 april 2010 - Tom Kerkhof

Sneller zeilen gaat niet vanzelf, om meer uit je boot te halen zal je de zeilen moeten trimmen. Ik bespreek in dit artikel meest gebruikte trimmogelijkheden en hoe je ze toe kan passen.

Zie ook deel één van dit artikel over bolling en reven

Wat kan je aanpassen?

We bespreken eerst de effecten van zeiltrim. De meeste trimmogelijkheden hebben effect op de invalshoek, de bolling of de twist.

Invalshoek

Als je de zeilen goed wilt trimmen is het belangrijk dat je de richting van de wind in de gaten houdt. De stroming van de wind door de zeilen is immers bepalend voor effectiviteit van de zeilen. Staan de zeilen te los of te strak voor de koers die je vaart dan zul je nooit 100% van je snelheid behalen. De hoek waarin de wind inkomt heet de invalshoek (engels: angle of attack). De invalshoek wordt beïnvloed door de snelheid en richting van de wind en je eigen snelheid. Dit komt door de schijnbare wind. Omdat je door je eigen snelheid ook wind genereert is je eigen snelheid van invloed op de invalshoek.

Telltales

Telltales (foto: sailingusa.info)

Dé manier om te kijken of je zeilen goed getrimd zijn is het gebruik van telltales. Het zijn twee lijntjes aan loef en aan lij van het zeil die reageren op de windstroom. Telltales vertellen je hoe de stroming van de wind door de zeilen gaat. De algemene regel is dat ze een beetje mogen wapperen maar in principe beide naar achteren moeten waaien. Wanneer de loef-telltale klappert of naar boven staat staan de zeilen te los of er wordt te hoog aan de wind gevaren. Voor de lij-telltale geldt het omgekeerde; wanneer deze naar beneden hangt dan staan de zeilen te strak of wordt er te laag gevaren.

Bolling

Een zeilboot gaat vooruit door de vleugelwerking van het zeil. Bolling is hierbij een bepalende factor. De vorm van de zeilen bepaalt de hoeveelheid druk die opgebouwd wordt en daarmee indirect ook de snelheid van de boot. Hoe boller een zeil is, hoe meer druk er gegenereerd wordt. Bij veel wind is het wenselijk weinig bolling in je zeilen te hebben terwijl je met weinig wind veel bolling in je zeilen wilt. De bolling is af te stellen door allerlei mogelijkheden aan boord, die we verderop bespreken.

Twist

Grootzeil

Weinig twist (foto: beaufortwatersport.nl)

Twist is de mate waarin het bovenste deel van het zeil uitwaait naar buiten. Als je zeil veel uitwaait naar lij ten opzichte van je giek dan heb je veel twist. Wanneer je zeil bovenin even strak staat als onderin heb je weinig twist. Als er sprake is van twist dan is je zeil bovenin op ruimere wind is ingesteld dan het onderste deel van het zeil. Je wilt eigenlijk altijd een beetje twist omdat het hoger in de lucht harder waait en de wind dus meer van opzij komt.

Door twist wordt je boot ook minder gevoelig voor de juiste invalshoek. Immers, als je zeil bovenin los staat en onderin strak is er altijd wel een deel wat goed getrimd is! Daarom gebruik je meer twist als er veel golven staan, de boot wordt minder gevoelig voor de steeds veranderende luchtstroming door je zeilen.

Trimmogelijkheden grootzeil

Om daadwerkelijk de zeilen te trimmen heb je verschillende lijnen en tuigage aan boord. Hieronder geef ik een overzicht van de verschillende mogelijkheden. Ik bespreek eerst de mogelijkheden voor het grootzeil en daarna de fok/genua:

Grootschoot

De grootschoot wordt gebruikt om het zeil aan te passen aan de invalshoek van de wind. Afhankelijk van de invalshoek zal de grootschoot dus strakker of losser moeten. De grootschoot heeft geen effect op de bolling van het zeil. De twist van het zeil wordt echter wel beïnvloed door het gebruik van de schoot. Aan de wind corrigeer je dat met de overloop en op ruimere koersen met de neerhouder.

Overloop

De overloop bepaalt de invalshoek van de zeilen. Het heeft geen directe invloed op de twist maar je gebruikt de overloop vaak wel samen met de grootschoot om de twist te bepalen. Voor meer twist zonder je invalshoek te veranderen laat je de grootschoot vieren en trek je de overloop aan.

Op ruimere koersen, als de overloop helemaal gevierd is, wordt de invalshoek-functie van de overloop overgenomen door de grootschoot. De twist regel je dan met de neerhouder.

Neerhouder

De neerhouder zorgt ervoor dat de giek bij ruimere koersen niet te veel omhoog komt. Dit heeft invloed op de twist. Hoe losser de neerhouder, hoe meer twist. Een goed ingestelde neerhouder zorgt er ook voor dat de boot op ruime koersen niet teveel gaat rollen.

Let erop dat je de met een strak aangetrokken neerhouder niet opeens je grootschoot helemaal laat vieren, hierdoor loop je de kans dat je mast breekt.

Cunningham

Met de cunningham breng je het voorlijk op spanning. Lang niet elke boot heeft de beschikking over een cunningham, maar het verstellen van de grootzeilval heeft grotendeels hetzelfde effect. De cunningham wordt gebruikt om de bolling van het zeil mee naar voren, richting mast te trekken. De bolling wordt ook iets minder.

Een te strak voorlijk is een speed-killer. Met weinig wind is het voldoende om net de kreukels uit je voorlijk te halen, met meer wind gebruik je steeds meer voorlijkspanning.

Effect van aanspannen voorlijk

Met het aanspannen van het voorlijk gaat de bolling naat voren, links is los, rechts is vast (foto: Wouter de Winter)

Outhaul

De outhaul of onderlijkstrekker zorgt ervoor dat het onderste deel van het zeil naar achteren op de giek getrokken wordt waardoor het zeil vlakker wordt en dus minder druk genereert. Wanneer het zeil gereefd wordt neemt de reeflijn deze functie over.

Achterstag

Fractioneel tuig: Als de achterstag boven de voorstag aangrijpt zorgt het aantrekken van de achterstag voor buiging in de mast. Deze kromming resulteert in een vlakker grootzeil bovenin. Je gebruikt de achterstag dus voor veel wind.

Topgetuigde boot: De achterstag grijpt hier aan op de plek van de voorstag. Hierdoor wordt alleen de voorstag op spanning gebracht. Het doorhangen van de voorstag wordt hiermee verminderd en daarmee vermindert ook de bolling van de genua. Bij een topgetuigde boot gebruik je gebruikt de achterstag dus voor veel wind. Voor fractioneel getuigde boten gebruik je de bakstag voor de spanning op de voorstag.

Effect van aanspannen achterstag

Minder bolling bovenin bij aantrekken achterstag, links is los, rechts is vast (foto: Wouter de Winter)

Leechlijntje (Reguleerlijntje)

Wanneer het doek niet stijf is kan het achterlijk snel gaan trillen. Dit zorgt voor verstoring van de windstroom wat niet wenselijk is. Als je het leechlijntje aantrekt zal het trillen (grotendeels) verdwijnen. Nadeel is dat de zeil naar loef kan krullen en daarmee windstroom nadelig beïnvloedt.

Zeillatten

Zeillatten zijn er om te zorgen dat het zeil in vorm blijft en het achterlijk niet teveel klappert. Belangrijk bij het plaatsen van de zeillatten is dat de stugge kant aan de kant van het achterlijk zit terwijl de flexibele kant aan de binnenkant zit.

Wanneer de zeillatten strak worden aangetrokken zullen ze voor bolling zorgen terwijl ze los slechts een klein beetje de bolling ondersteunen. Het effect op de bolling is vooral aanwezig bij latten die helemaal van achter- tot voorlijk lopen. Dit zie je bij een doorgelat grootzeil.

Trimmogelijkheden Genua/fok

Genuaschoot

Net als bij het grootzeil bepaalt de schoot de hoek van inval ten opzichte van de wind. Bij de schoot van genua/fok is het echter niet zo dat je automatisch de twist uit het zeil trekt wanneer je de schoot hard aantrekt zoals bij het grootzeil. Dat komt omdat het lijoog hier een andere rol speelt dan de overloop bij het grootzeil.

Lijoog

Genua

Goed getrimde genua (foto: zeiljachthuren.nl)

Het lijoog bepaalt welk lijk van het zeil je aantrekt. Wanneer je het lijoog helemaal naar achteren hebt staan en je trekt de schoot aan, dan komt het onderlijk op spanning en dit heeft weinig effect op het bovenste deel van het zeil. Wanneer het lijoog helemaal naar voren staat zul je de twist wel makkelijk eruit kunnen halen wanneer je de schoot aantrekt. Ergens daartussen ligt de optimale stand.

Bij ruimere koersen kan het nog weleens lonen om de lijogen verder naar buiten te halen. Op grotere jachten kunnen je dan een extra blok aan de voetrail bevestigen zodat de stroming door het zeil verbeterd wordt. Je kunt dan de twist behouden terwijl je lager kunt varen.

Valspanning

Omdat bij de genua/fok de cunningham ontbreekt zul je het hele voorlijk op spanning moeten brengen met de val. Net als bij het grootzeil zorgt het aantrekken van de val ervoor dat de bolling naar voren komt en het zeil minder bolling krijgt. Hierdoor neemt de druk in het zeil af.

Bakstagen

Bakstagen zie je soms op fractioneel getuigde boten. De bakstag heeft hier bijna dezelfde invloed op het voorzeil als de achterstag bij het grootzeil. Wanneer de bakstag wordt aangespannen, wordt het zeil vlakker. Dit komt omdat de voorstag minder doorhangt omdat de spanning op de voorstag groter is.

Leechlijn

Leechlijntje (foto: spinnakershop.com)

Leechlijntjes

Bij de fok/genua heb je twee leechlijntjes waar je er bij het grootzeil maar eentje hebt. Voor het onderlijk is er een leechlijntje maar er is er ook één voor het achterlijk van het zeil. Ze dienen hier hetzelfde doel als bij het grootzeil; het voorkomen van geflapper van de lijken.

Zeillatten

Ook bij de fok/Genua zijn zeillatten er om er voor te zorgen dat het zeil in vorm blijft en het achterlijk niet teveel klappert. Belangrijk bij het plaatsen van de zeillatten is dat de stugge kant aan de kant van het achterlijk zit terwijl de flexibele kant aan de binnenkant zit. Wanneer de zeillatten strak worden aangetrokken zullen ze voor bolling zorgen terwijl ze los maar weinig bijdragen aan de bolling van het zeil.

Samengevat

In het derde deel van Sneller zeilen door eenvoudige zeiltrim zal trimmen op specifieke condities een belangrijk deel zijn. Hoe trim je voor veel of juist weinig wind, en wat te doen met golven?

In onderstaand schema zie je in één oogopslag waar elke trimmogelijkheid effect op heeft:

Grootzeil Fok
Bolling Twist Invalshoek Bolling Twist Invalshoek
Grootschoot x x
Overloop x
Neerhouder x
Cunningham x
Outhaul x
Achterstag x** x*
Genuaschoot x
Lijoog x
Valspanning x
Bakstag x**

* = bij topgetuigde schepen
** = bij fractioneel getuigde schepen

5 berichten over Sneller zeilen door eenvoudige zeiltrim deel II

  1. Hallo Tom,
    Je schrijft dat de neerhouder kan worden gebruikt om het rollen op een voordewindse koers tegen te gaan. Kan je uitleggen hoe dat werkt? Wat is de theorie daarachter?
    Vr.gr.,
    Jurmic

  2. Kijk nog eens onder het kopje “Achterstag”, en dan de tweede alinea, de laatste twee zinnen: Is het niet precies andersom?

  3. Tom,

    Ik ben een toerzeiler met een 35 ft ketch.
    Heb je voor schepen met een bezaanmast ook nog slimme technieken?

    • Hee Paul,

      Beetje laat maar ik ga er even naar kijken en laat het zo snel mogelijk weten! Ik ben zelf eigenlijk ook wel benieuwd!

  4. mooie omschrijving, hier kun je echt wat mee