naar navigatie

Martinique – St Lucia – St Vincent – The Grenadines

9 februari 2010 - Ankie Eeken

Het zeilen in de Carieb is fantastisch. Altijd de NO-passaatwinden, die met de preciesie van een Zwitserse klok tussen 20 tot 25 knopen wind geven tussen de eilanden. Een heel ander verhaal is het rond de eilanden zelf. Als je nog niet wist dat de vorm van het land een enorme invloed heeft op de windrichting en -kracht, dan is dit het gebied om met je neus op de feiten te worden gedrukt: sterke tunneleffecten rond de kapen, valwinden van de vulkanen en windstiltes in de luwte van het land, afgewisseld met enorme windstoten. Gelukkig zie je de windbanen hier goed op de zee lopen.

Na een kort verblijf op Martinique, zetten we koers naar St Lucia. De smalle langgerekte baai van Marigot Bay die doodloopt in Mangrove bossen staat bekend als ‘Hurricane Hole’; een goede plek om een tropische storm of zelfs orkaan uit te zingen. In de 18de eeuw hebben de Engelsen hier geschuild voor de Franse achtervolgers. De baai heeft zo’n nauwe ingang, dat het zicht naar achteren voldoende beperkt is om nietsvermoedend voorbij te zeilen. Op St Vincent maken we een lange voettocht naar de top van een 1200 meter hoge nog actieve vulkaan en klauteren we voor een frisse duik naar de Trinity falls. Wel oppassen voor de stroming, want voor je het weet beland je weer op zeeniveau en dat is geen pretje voor wie het overleefd… Na de eerder beschreven Tobago Cays, bezoeken we Palm Island en Union. Op het geheel van schelpen (‘conches‘) zelfgebouwde ‘Happy Island’ van Chantille – op het rif van Union – aanschouwen we de ondergaande zon onder het genot van iets te veel rum-punches. Gelukkig vind de Dinghy de boot nog terug in het donker.

Via Mayreau en de andere baaitjes van St Vincent en St Lucia komen we geheel uitgewaaid weer aan in Martinique; een heerlijke tropische ervaring rijker. Nu de boot weer klaar maken voor een nieuwe uitdaging: op naar St Maarten!